Werkstraf

Een werkstraf bestaat uit onbetaalde arbeid. U moet als straf werken tijdens uw vrije tijd of naast uw school- of beroepsactiviteiten.

Voorwaarden

Voor de meeste misdrijven kan de rechter een werkstraf opleggen. Hij beslist of een werkstraf een gepaste straf is.

Een werkstraf kan u enkel uitvoeren bij een niet-commerciële instelling, zoals een overheidsdienst of een vereniging zonder winstoogmerk. Voorbeelden zijn technische diensten, natuurverenigingen, bibliotheken, ziekenhuizen, enz.

Een werkstraf duurt minimaal 20 en maximaal 300 uren. Als u aI eerder bent veroordeeld, kan de rechter een hoger aantal uren opleggen (tot maximum 600 uren). De werkstraf moet afgerond zijn binnen het jaar. Als dat onmogelijk is, kan de probatiecommissie een langere termijn toestaan.

Procedure

Voor de uitspraak

De rechter kan aan het justitiehuis vragen na te gaan of u in de mogelijkheid verkeert om een werkstraf te verrichten. De justitieassistent maakt een verslag (beknopt voorlichtingsrapport of maatschappelijke enquête) op met een antwoord op die vraag en eventueel uitgebreidere informatie over de levenssituatie (gezin, beroep en gezondheid). Op die manier kan de rechter met kennis van zaken een gepaste beslissing nemen.

Uitspraak op de zitting

U moet zelf aanwezig zijn op de zitting van de rechtbank. Als u niet aanwezig kan zijn, moet een advocaat u vertegenwoordigen. In ieder geval moet u akkoord gaan met de werkstraf en gemotiveerd zijn om ze uit te voeren.

De rechter legt ook een vervangende straf op. Dit is een geldboete of een gevangenisstraf die de werkstraf vervangt als u ze niet uitvoert.

Voorbereidend gesprek met de justitieassistent

 

Nadat de rechter de werkstraf heeft opgelegd, nodigt de justitieassistent u uit voor een gesprek. De justitieassistent bepaalt welk werk u moet uitvoeren rekening houdend met uw situatie. Hij stelt een overeenkomst op waarin alle afspraken worden genoteerd. Hij volgt uw werkstraf op en u kan bij hem terecht met vragen.

Uitvoering van de werkstraf

U gaat op het afgesproken tijdstip naar de plaats waar u de werkstraf moet uitvoeren. De verantwoordelijke van de werkplaats legt uit wat van u wordt verwacht.

De probatiecommissie houdt toezicht op de uitvoering van werkstraffen. De justitieassistent meldt alle ernstige problemen aan de probatiecommissie. Zij kunnen u uitnodigen om deze problemen te bespreken. Een advocaat kan u bijstaan.

Problemen op de werkplaats bespreekt u met de verantwoordelijke van de werkplaats en met de justitieassistent. U zoekt samen met hen naar een oplossing. De probatiecommissie kan toestaan dat u de werkstraf op een andere plaats uitvoert.

Als de justitieassistent vaststelt dat u de werkstraf niet uitvoert volgens de gemaakte afspraken, nodigt hij u uit voor een gesprek. U kan dan uitleggen wat er is misgelopen. De justitieassistent maakt hiervan een verslag op voor de probatiecommissie.

De probatiecommissie nodigt u uit om de problemen die u ondervindt te bespreken. Een advocaat kan u bijstaan. De procureur des Konings beslist of u de vervangende straf moet ondergaan.

Na de werkstraf

Als u de werkstraf volledig hebt uitgevoerd, kan de justitieassistent u uitnodigen voor een laatste gesprek. De justitieassistent maakt hiervan een verslag en stuurt dit naar de probatiecommissie. De probatiecommissie sluit uw dossier af.

Meer weten?

Meer informatie over de mogelijkheden van de werkstraf: www.werkstraf.be.

Stel u kandidaat als werkplaats

Informatie over werkstraf kan u vinden in de brochure

Regelgeving